Uitleg oliesoorten
Wat betekent nu eigenlijk ‘5W-30’?
Even een korte uitleg.
Het eerste getal (5) staat voor de viscositeit (oliedikte) bij een koude motor.
Het tweede getal (30) staat voor de viscositeit (oliedikte) bij een warme motor.
Hoe hoger het getal is, des te dikker is de olie.
De ‘W’ staat voor winter.
Waarom is de juiste motorolie zo'n balansactie? Dikke olie biedt een ijzersterke beschermlaag, terwijl dunne olie sneller koelt en direct smeert bij een koude start. De uitdaging: hitte maakt olie dunner. Wat koud perfect werkt, is warm te vloeibaar – en andersom. Gelukkig lossen 'Viscositeits-Index verbeteraars' dit op. Deze slimme moleculen rollen op in de kou en strekken zich uit bij hitte. Zo remmen ze het dunner worden van de olie af wanneer de motor op temperatuur komt. Hoe lager de het viscositeitsgetal is, hoe dunner de olie.
Een 15W-40 olie heeft bijvoorbeeld als het koud is de viscositeit van een SAE 15 olie, terwijl hij bij 100° Celsius de dikte van een SAE 40 olie heeft.
Het beste neem je – zodra de motor goed is ingelopen – een merkolie van goede kwaliteit, die volsynthetisch is. Voor de viscositeit kijk je eveneens naar het advies in het instructieboekje. Rij je grote afstanden op straat, dan kies je het tweede (warme) getal laag, binnen die adviezen. Dus liever een 10W-30 dan een 10W-40. Doe je veel korte afstanden, dan kun je beter een hoger getal kiezen, omdat de olie dan in de loop der tijd door condens en brandstofresten verdund raakt. Rijd je veel op circuits, dan kies je juist voor een hoog getal, omdat de motor in raceomstandigheden heter en de olie dus dunner wordt.
Voor barre, winterse omstandigheden kies je het ‘W’ getal zo laag als wordt toegestaan, want dan is de olie eerder bij alle te smeren onderdelen en blijft slijtage aan nokkenassen beperkt. Dan dus liever een 5W-40 dan een 10W-40. Rijd je toch niet als het echt koud is, dan kun je net zo goed een hoger getal nemen. En natuurlijk geldt altijd: beter de verkeerde olie, dan helemaal geen olie…